Download pdf

Algemene werkwijze

Het doel van dit onderzoek naar de economische en maatschappelijke impact is het meten van de gevolgen voor de economie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de activiteit die gegenereerd wordt door het UZC Brussel als werkgever en meer in het bijzonder door de 4 ziekenhuisinstellingen waaruit het bestaat, in termen van geldstromen en tewerkstelling.

Tenzij anders aangegeven hebben de gegevens uit dit onderzoek betrekking op het jaar 2016.

De economische en maatschappelijke impact worden in deze studie apart benaderd:

De economische impact

Deze wordt berekend in geldstromen op basis van twee elementen:

  • De directe impact of het lokaal effect: meet de economische gevolgen gegenereerd voor het Brussels Gewest door het UZC Brussel en door de ondernemingen aanwezig op de ziekenhuissites, waarvan het bestaan direct met die sites verbonden is (cafetaria, winkel …). Voor de Brusselse ziekenhuissector houden deze gevolgen vooral verband met de lonen, aankopen en investeringen.
  • De afgeleide impact of het meezuigend effect: schatting van de geldstromen en de tewerkstelling die achtereenvolgens door het UZC Brussel in de lokale Brusselse economie worden gegenereerd, met een vermenigvuldigend effect in een opwaartse spiraal.

DE MULTIPLICATORCOËFFICIËNTEN VAN DE ZIEKENHUISSECTOR

De multiplicatorcoëfficiënten laten de berekening toe van de schok op de finale vraag ten opzichte van de productie. Zij zijn met andere woorden van toepassing op een stijging van de vraag naar gezondheidszorg, en dus een stijging van het aantal patiënten, mogelijk gecorreleerd met de demografische evolutie van het Brussels Gewest (aangroei en veroudering van de bevolking).

De berekening is gebaseerd op de coëfficiënten meegedeeld door het Planbureau in 2015 op basis van de gegevens van 2010, in het kader van een interregionale en sectorale benadering [Ziekenhuisactiviteit - code NACE 86 A].

In onderhavig geval laten deze coëfficiënten toe de directe en indirecte gevolgen te meten op de inkomsten en de tewerkstelling in het Brussels Gewest, van de activiteit die achtereenvolgens ontstaat via de keten van leveranciers, om aan de stijgende vraag tegemoet te komen:

  • Multiplicatorcoëfficiënt voor de inkomsten: de interregionale multiplicatorcoëfficiënt voor het Brussels Gewest voor de ziekenhuissector bedraagt 0,71.

Dat wil zeggen dat 1 miljoen euro aan inkomsten gegenereerd door de ziekenhuissector mettertijd een injectie van 710.000 euro aan inkomsten voor de Brusselse economie geeft.

  • Multiplicatorcoëfficiënt voor de tewerkstelling: de toegepaste coëfficiënt bedraagt 13,1 voltijdse equivalenten (VTE’s) per miljoen euro als finale vraag ten opzichte van de binnenlandse productie. Dat betekent dat een investering van 1 miljoen euro in de ziekenhuissector gemiddeld, binnen de sector zelf, zorgt voor 9,9 VTE’s en dat zij eveneens indirect, binnen de keten van leveranciers 3,2 VTE’s genereert.

1 VTE bij het UZC genereert dus indirect 0,33 VTE’s bij de keten van zijn leveranciers.

DE MAATSCHAPPELIJKE IMPACT

Deze impact wordt gemeten vanuit een kwalitatieve benadering, waarbij de volgende elementen worden onderzocht:

  • het aantal en de pro elen van de jobs die door de ziekenhuizen van het UZC Brussel en de ondernemingen aanwezig op de ziekenhuissites, binnen het economische weefsel van Brussel gecreëerd worden;
  • de attractiviteit van het UZC Brussel voor de patiënten die in het Brussels Gewest maar ook in andere regio’s wonen, en zelfs in het buitenland;
  • opdrachten van algemeen belang die de Brusselse openbare ziekenhuizen voor hun rekening nemen.

DE PERIMETER VAN DE STUDIE

De studie heeft betrekking op de economische en maatschappelijke impact gegenereerd door de ziekenhuisactiviteit van de 4 universitaire openbare ziekenhuizen die het UZC Brussel vormen en door de activiteit van de juridische entiteit van het UZC Brussel voor de gemutualiseerde ondersteunende diensten (in 2016: juridische dienst en dienst Human Resources).

Het gaat dus om vijf “werkgevers” (aparte juridische entiteiten):

  • het UVC Brugmann;
  • het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola;
  • het UMC Sint-Pieter;
  • het Jules Bordet Instituut;
  • het UZC Brussel als coördinerende structuur4.

Het “personeel van het UZC Brussel” omvat het contractueel of statutair personeel dat rechtstreeks bezoldigd wordt door een van deze 5 werkgevers (het “loontrekkend personeel”), het personeel dat door een andere werkgever aan de werkgever ter beschikking wordt gesteld (“gedetacheerden”), de zelfstandigen (vooral paramedici en medici) en het tijdelijk personeel. De studenten (verpleegkundigen, artsen, paramedici, …) zijn niet inbegrepen in deze groep, met uitzondering van de kandidaten geneesheer-specialist in opleiding - ook “postgraduaten” (PG) genoemd-, die bij het bezoldigd personeel gerekend worden.

De studie heeft betrekking op de economische en maatschappelijke impact van het UZC Brussel in de 3 Gewesten van België (Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Vlaams Gewest en Waals Gewest), en in het bijzonder op het Brussels Gewest.

BEPERKINGEN VAN DE STUDIE

Het onderzoek omvat geen meting van de indirecte economische impact van het UZC Brussel, zoals de economische gevolgen (hoteluitgaven, diverse aankopen, enz.) gegenereerd door de patiënten, de studenten in opleiding en de deelnemers aan de evenementen die het UZC organiseert en die niet in het Brussels Gewest verblijven. Deze aanpak is niet toegepast. Deze eerste studie concentreert zich op de begroting, op het vlak van de activiteit, van de aantrekkelijkheid van het UZC Brussel voor de patiënten en voor het personeel dat niet in het Brussels Gewest5 verblijft.

De volgende uitgaven- of inkomstenposten zijn geheel of gedeeltelijk geëxtrapoleerd op basis van objectieve gegevens:

  • Opleidingen: het bedrag van de uitgaven voor opleiding houdt geen rekening met de opleidingskosten die rechtstreeks door de werkgever worden terugbetaald. De kosten voor opleiding, deelname aan congressen en andere uitgaven voor opleiding door het medisch korps zijn niet berekend en dus niet mee in de studie opgenomen;
  • Loonmassa van de VTE’s tewerkgesteld door de ondernemingen/vzw’s aanwezig op de ziekenhuissites: van het merendeel van de vzw’s/ondernemingen die op de ziekenhuissites aanwezig zijn en die personeel bezoldigen, hebben we de aantallen gekregen van de VTE’s en de bezoldigde personen op 31/12/2016. Wij hebben de overeenkomstige loonmassa berekend door toepassing van de gemiddelde personeelskost van het UVC Brugmann per werknemersprofiel in de vzw/onderneming.
  • Gevolgen voor het Brussels Gewest: voor het grootste gedeelte gaat het om begrotingen op basis van de toepassing van relevante ratio’s. Naast bovenvermelde multiplicatorcoëfficiënten die gebruikt worden om de afgeleide impact te begroten, zijn ook enkele ratio’s toegepast om de directe economische gevolgen te identificeren van het UZC Brussel en de ondernemingen/vzw’s die op zijn sites gevestigd zijn. Wanneer het over de loonmassa gaat bijvoorbeeld, is het bekende loon toegepast voor iedere eenheid van het loontrekkend personeel dat in het Brussels Gewest woonachtig is. Voor de courante aankopen is voor de 5 entiteiten de ratio gehanteerd van het tarief van de leveranciers voor de courante aankopen van het UVC Brugmann die hun hoofdkantoor in het Brussels Gewest hebben. Voor de investeringen hebben wij het cijfer toegepast dat berekend werd per entiteit uit de “top 100 van de leveranciers6” met hoofdzetel in het Brussels Gewest. Voor de opleidingen hebben wij onderscheid gemaakt tussen de gegevens betreffende de PG – waarop wij het domiciliëringspercentage in het Brussels Gewest van het loontrekkend personeel van het ziekenhuis in kwestie hebben toegepast- en de andere gegevens (de rest van de uitgaven voor opleiding). Voor deze laatste gegevens werd het percentage dienstverleners (alle diensten samen : rekeningen 611 t/m 616) van het UVC Brugmann met hoofdzetel in het Brussels Gewest toegepast op alle betrokken gegevens.

De behandelde gegevens zijn op eenheden afgerond, sommige grafieken geven een totaal van 99% of 101% weer.

4Rekening houdend met de beperkte economische en maatschappelijke impact van het UZC Brussel als coördinerende structuur, worden alleen de gegevens en de resultaten van ieder van de 4 ziekenhuizen in de studie opgenomen. De gegevens over de coördinerende structuur worden opgenomen in de vooraan in deze studie voorgestelde resultaten, voor het UZC Brussel in zijn geheel.

5Andere gelijkaardige studies in Franse regio’s hebben deze indirecte economische op minder dan 2% van de directe economische impact geraamd, dat is een marginale indirecte impact ten opzichte van de directe impact. Het gaat met name om de „Etude d’impact économique et social du CHU de Limoges sur la région Limousin“ (2014) en de „Etude d’impact économique des CHU et CHR du Grand Ouest“ (2014)

6Voor iedere entiteit gaat het om de 100 leveranciers met het grootste cijfer aan in 2016 geboekte bestellingen inzake investeringen (aankoopwaarden)